Artikel 10 Wet Openbaar Bestuur

Artikel 10 van de Wet op het Openbaar Bestuur ziet er als volgt uit.

 

  1. Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft achterwege voor zover dit:

    1. De eenheid van de Kroon in gevaar zou kunnen brengen.

    2. De veiligheid van de Staat zou kunnen schaden.

    3. Bedrijfs- en fabricagegegevens betreft, die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld.

    4. Persoonsgegevens als bedoeld in paragraaf 2 van hoofdstuk 2 van de wet bescherming persoonsgegevens, tenzij de verstrekking kennelijk geen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer maakt.

  2. Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen

    1. De betrekkingen van Nederland met andere Staten en met internationale organisaties.

    2. De economische of financiële belangen van de Staat, de andere publiekrechtelijke lichamen of de in artikel 1a onder c en d bedoelde bestuursorganen.

    3. De opsporing en vervolging van strafbare feiten.

    4. Controle, inspectie en toezicht van bestuursorganen.

    5. De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

    6. Het belang dat de geadresseerde erbij heeft om als eerste kennis te kunnen nemen van de informatie.

    7. Het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden.

  3. Het tweede lid, aanhef en onder e is niet van toepassing voor zover de betrokken persoon heeft ingestemd met openbaarmaking.

  4. Het eerste lid, aanhef en onder c en d het tweede lid, aanhef en onder e en het zevende lid , aanhef en onder a , zijn niet van toepassing voor zover het milieu informatie betreft die betrekking heeft op emissies in het milieu. Voorts blijft in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder c, het verstrekken van milieu informatie uitsluitend achterwege voor zover het belang van openbaarmaking opweegt tegen het daar genoemde belang.

  5. Het tweede lid, aanhef en onder b, is van toepassing op het verstrekken van milieu informatie voor zover deze handelingen betreft met een vertrouwelijk karakter.

  6. Het tweede lid, aanhef en onder g, is niet van toepassing op het verstrekken van milieu informatie.

  7. Het verstrekken van milieu informatie ingevolge deze wet blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:

    1. De bescherming van het milieu waarop deze informatie betrekking heeft.

    2. De beveiliging van bedrijven en het voorkomen van sabotage.

  8. Voor zover het vierde lid, eerste volzin niet van toepassing is, wordt bij het toepassen van het eerste, tweede en zevende lid op milieu informatie, in aanmerking genomen of deze informatie betrekking heeft op emissies in het milieu.