Amendement

Op de agenda van een Gemeenteraadsvergadering staan uiteraard agendapunten. Ieder agendapunt die er toe doet, gaat vergezeld met een voorstel.

Wanneer een Raadslid zich niet volledig kan vinden in de tekst van het voorstel, dan kan deze een verzoek doen om deze tekst inhoudelijk te wijzigen.

Een dergelijke tekstuele wijziging geschiedt door middel van het indienen van een amendement.

Het is ook mogelijk om een tekstuele wijziging op een amendement voor te stellen, dit gebeurt door middel van een sub amendement.

Een amendement en een sub amendement wordt in stemming gebracht bij de Gemeenteraad. Pas na de stemming van ingediende amendementen wordt het agendapunt in stemming gebracht.

 

Anja Warringa

Voor de verkiezingen van 2014 stond Anja Warringa op onze kieslijst, hieronder stelt zij zich aan u voor.

Ik ben Anja Warringa, ik ben geboren in 1985 en ben woonachtig op een melkveebedrijf aan de rand van Zuidlaren samen met mijn vriend en onze zoon die is geboren in 2013.

Lees meer: Anja Warringa

Artikel 1 van de Grondwet

Artikel 1 van de Grondwet biedt een belangrijke basis voor de bestrijding van discriminatie.

In dit artikel staat namelijk het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod geformuleerd.

Het artikel geeft aan dat gelijke gevallen gelijk behandeld dienen te worden en dat discriminatie op welke grond dan ook niet is toegestaan.

Artikel 1 van de Grondwet.

"Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan."

Artikel 1 van de Grondwet is daarmee dan ook meteen het belangrijkste artikel van de Grondwet en van de samenleving.

 

Artikel 10 Wet Openbaar Bestuur

Artikel 10 van de Wet op het Openbaar Bestuur ziet er als volgt uit.

 

  1. Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft achterwege voor zover dit:

    1. De eenheid van de Kroon in gevaar zou kunnen brengen.

    2. De veiligheid van de Staat zou kunnen schaden.

    3. Bedrijfs- en fabricagegegevens betreft, die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld.

    4. Persoonsgegevens als bedoeld in paragraaf 2 van hoofdstuk 2 van de wet bescherming persoonsgegevens, tenzij de verstrekking kennelijk geen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer maakt.

  2. Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen

    1. De betrekkingen van Nederland met andere Staten en met internationale organisaties.

    2. De economische of financiële belangen van de Staat, de andere publiekrechtelijke lichamen of de in artikel 1a onder c en d bedoelde bestuursorganen.

    3. De opsporing en vervolging van strafbare feiten.

    4. Controle, inspectie en toezicht van bestuursorganen.

    5. De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

    6. Het belang dat de geadresseerde erbij heeft om als eerste kennis te kunnen nemen van de informatie.

    7. Het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden.

  3. Het tweede lid, aanhef en onder e is niet van toepassing voor zover de betrokken persoon heeft ingestemd met openbaarmaking.

  4. Het eerste lid, aanhef en onder c en d het tweede lid, aanhef en onder e en het zevende lid , aanhef en onder a , zijn niet van toepassing voor zover het milieu informatie betreft die betrekking heeft op emissies in het milieu. Voorts blijft in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder c, het verstrekken van milieu informatie uitsluitend achterwege voor zover het belang van openbaarmaking opweegt tegen het daar genoemde belang.

  5. Het tweede lid, aanhef en onder b, is van toepassing op het verstrekken van milieu informatie voor zover deze handelingen betreft met een vertrouwelijk karakter.

  6. Het tweede lid, aanhef en onder g, is niet van toepassing op het verstrekken van milieu informatie.

  7. Het verstrekken van milieu informatie ingevolge deze wet blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:

    1. De bescherming van het milieu waarop deze informatie betrekking heeft.

    2. De beveiliging van bedrijven en het voorkomen van sabotage.

  8. Voor zover het vierde lid, eerste volzin niet van toepassing is, wordt bij het toepassen van het eerste, tweede en zevende lid op milieu informatie, in aanmerking genomen of deze informatie betrekking heeft op emissies in het milieu.

 

Artikel 155a Gemeentewet

Artikel 155 a van de Gemeentewet ziet er als volgt uit.

 

  1. De gemeenteraad kan op voorstel van een of meer van zijn leden een onderzoek naar het door het College of door Burgemeester gevoerde bestuur instellen.

  2. Het besluit tot het instellen van een onderzoek omvat een omschrijving van het onderwerp van onderzoek, alsmede van toelichting. Deze omschrijving kan hangende het onderzoek door de Gemeenteraad worden gewijzigd.

  3. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een door de Gemeenteraad in te stellen onderzoekscommissie. De Commissie heeft ten minste drie leden en bestaat uitsluitend uit leden van de Gemeenteraad.

  4. De Artikelen 22, 82 derde lid en 86 eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de onderzoekscommissie.

  5. De onderzoekscommissie kan de bij deze wet verleende bevoegdheden uitsluitend uitoefenen, indien ten minste drie van haar leden aanwezig zijn.

  6. De bevoegdheden en werkzaamheden van een onderzoekscommissie worden niet geschorst door het aftreden van de Gemeenteraad.

  7. Op het besluit tot instelling van een onderzoek en tot instelling van een onderzoekscommissie, alsmede het besluit tot wijziging van de omschrijving van het onderwerp van een onderzoek zijn de Artikelen 139 tweede lid, 140 en 141 van overeenkomstige toepassing

  8. Alvorens de Gemeenteraad besluit tot een onderzoek, stelt hij bij verordening nadere regels met betrekking tot deze onderzoeken. In elk geval worden daarin regels opgenomen over de wijze waarop ambtelijke bijstand wordt verleend aan de commissie.

 

Artikel 165 wet Burgelijke Bestuursvordering

Artikel 165 van het Burgerlijk wetboek van de Rechtsinvordering ziet er als volgt uit.

 

  1. Een ieder, daartoe op wettige wijze opgeroepen, is verplicht getuigenis af te leggen.

  2. Aan deze verplichting kunnen zich verschonen:

    1. De echtgenoot en de vroegere echtgenoot, dan wel de geregistreerde partner n de vroegere geregistreerde partner van een partij, de bloed- of aanverwanten van een partij of van de echtgenoot of van de geregistreerde partner van een partij tot de tweede graad ingesloten, een en ander tenzij de partij in hoedanigheid optreedt.

    2. Zij die tot geheimhouding verplicht zijn uit hoofde van hun ambt, beroep of betrekking omtrent hetgeen hun in die hoedanigheid is toevertrouwd.

  3. De getuige kan zich verschonen van het beantwoorden van een hem gestelde vraag, indien hij daardoor of zichzelf een van zijn bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de zijlijn in de tweede of derde raad of zijn echtgenoot of vroegere echtgenoot onderscheidenlijk zijn partner of vroegere geregistreerde partner aan het gevaar van een strafrechtelijke veroordeling ter zake van een misdrijf zou blootstellen.

 

Artikel 19 Gmeentewet

Artikel 19 van de Gemeentewet ziet er als volgt uit.

 

  1. De Burgemeester roept de leden schriftelijk tot de vergadering op.

  2. Tegelijkertijd met de oproeping Brengt de Burgemeester dag, tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda en de daarbij behorende voorstellen met uitzondering van de in artikel 25 tweede lid bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de oproeping en op een bij de openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd.

 

Artikel 21 Gemeentewet

Artikel 21 van de Gemeentewet ziet er als volgt uit.

 

  1. 1. De Burgemeester heeft het recht in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen.

  2. Een Wethouder heeft toegang tot de vergaderingen en kan aan de beraadslaging deelnemen.

  3. Een Wethouder kan door de Gemeenteraad worden uitgenodigd om ter vergadering aanwezig te zijn.

 

Artikel 22 Gemeentewet

Artikel 22 van de Gemeentewet ziet er als volgt uit.

 

De leden van het gemeentebestuur en andere personen die deelnemen aan de beraadslaging kunnen niet in rechte worden vervolgd of aangesproken voor dan wel worden verplicht getuigenis af te leggen als bedoelt in Artikel 165, eerste lid  van de wet op de Burgelijke rechtsvordering, over hetgeen zij in de vergadering van de Gemeenteraad hebben gezegd of aan de Gemeenteraad schriftelijk hebben overgelegd.