Artikel 25 Gemeentewet

Artikel 25 van de Gemeentewet ziet er als volgt uit.

 

  1. De Gemeenteraad kan op grond van een belang, genoemd in Artikel 10 van de Wet op de Openbaarheid van Bestuur, omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan de Gemeenteraad worden overgelegd geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde, wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hem die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen in acht genomen totdat de Gemeenteraad haar opheft.

  2. Op grond van een belang genoemd in Artikel 10 van de Wet op de Openbaarheid van Bestuur kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door het College, de Burgemeester en een Commissie, ieder ten aanzien van de stukken die zij aan de Gemeenteraad of aan leden van de Gemeenteraad overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt.

  3. De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan de Gemeenteraad overgelegde stukken vervalt, indien de oplegging niet door de Gemeenteraad in zijn eerstvolgende vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht, wordt bekrachtigd.

  4. De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan leden van de Gemeenteraad overgelegde stukken wordt in acht genomen totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel, indien het stuk waaromtrent geheimhouding is opgelegd aan de Gemeenteraad is voorgelegd, totdat de Gemeenteraad haar opheft. De Gemeenteraad kan deze beslissing alleen nemen in een vergadering, die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht.