Artikel 19 Gmeentewet

Artikel 19 van de Gemeentewet ziet er als volgt uit.

 

  1. De Burgemeester roept de leden schriftelijk tot de vergadering op.

  2. Tegelijkertijd met de oproeping Brengt de Burgemeester dag, tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda en de daarbij behorende voorstellen met uitzondering van de in artikel 25 tweede lid bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de oproeping en op een bij de openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd.

 

Artikel 21 Gemeentewet

Artikel 21 van de Gemeentewet ziet er als volgt uit.

 

  1. 1. De Burgemeester heeft het recht in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen.

  2. Een Wethouder heeft toegang tot de vergaderingen en kan aan de beraadslaging deelnemen.

  3. Een Wethouder kan door de Gemeenteraad worden uitgenodigd om ter vergadering aanwezig te zijn.

 

Artikel 22 Gemeentewet

Artikel 22 van de Gemeentewet ziet er als volgt uit.

 

De leden van het gemeentebestuur en andere personen die deelnemen aan de beraadslaging kunnen niet in rechte worden vervolgd of aangesproken voor dan wel worden verplicht getuigenis af te leggen als bedoelt in Artikel 165, eerste lid  van de wet op de Burgelijke rechtsvordering, over hetgeen zij in de vergadering van de Gemeenteraad hebben gezegd of aan de Gemeenteraad schriftelijk hebben overgelegd.

 

Artikel 23 Gemeentewet

Artikel 23 van de Gemeentewet ziet er als volgt uit.

 

  1. De vergadering van de Gemeenteraad wordt openbaar gehouden.

  2. De deuren worden gesloten wanneer tenminste een vijfde van de van het aantal leden dat de presentielijst heeft getekend daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.

  3. De Gemeenteraad beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.

  4. Van een vergadering met gesloten deuren wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij anders wordt beslist.

  5. De Gemeenteraad maakt de besluitenlijst van zijn vergaderingen op de in de Gemeente gebruikelijke wijze openbaar. De Gemeenteraad laat de openbaarmaking achterwege voor zover het aangelegenheden betreft ten aanzien waarvan op grond van Artikel 25 van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd of ten aanzien waarvan openbaarmaking in strijd is met het openbaar belang.

 

Artikel 25 Gemeentewet

Artikel 25 van de Gemeentewet ziet er als volgt uit.

 

  1. De Gemeenteraad kan op grond van een belang, genoemd in Artikel 10 van de Wet op de Openbaarheid van Bestuur, omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan de Gemeenteraad worden overgelegd geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde, wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hem die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen in acht genomen totdat de Gemeenteraad haar opheft.

  2. Op grond van een belang genoemd in Artikel 10 van de Wet op de Openbaarheid van Bestuur kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door het College, de Burgemeester en een Commissie, ieder ten aanzien van de stukken die zij aan de Gemeenteraad of aan leden van de Gemeenteraad overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt.

  3. De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan de Gemeenteraad overgelegde stukken vervalt, indien de oplegging niet door de Gemeenteraad in zijn eerstvolgende vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht, wordt bekrachtigd.

  4. De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan leden van de Gemeenteraad overgelegde stukken wordt in acht genomen totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel, indien het stuk waaromtrent geheimhouding is opgelegd aan de Gemeenteraad is voorgelegd, totdat de Gemeenteraad haar opheft. De Gemeenteraad kan deze beslissing alleen nemen in een vergadering, die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht.

 

Artikel 82 Gemeentwet

Artikel 82 van de Gemeentewet ziet er als volgt uit.

 

  1. De Gemeenteraad kan Raadscommissies instellen die besluitvorming van de Gemeenteraad kunnen voorbereiden en met het College of de Burgemeester kunnen overleggen. Hij regelt daarbij de taken, de bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze, daaronder begrepen de wijze waarop de leden van de Gemeenteraad inzage hebben in stukken waaromtrent door een Raadscommissie geheimhouding is opgelegd. Deze inzage kan slechts worden geweigerd voor zover zij in strijd is met het openbaar belang.

  2. De Burgemeester en de Wethouders zijn geen lid van een Raadscommissie.

  3. Bij de samenstelling va neen Raadscommissie zorgt de Gemeenteraad, voor zover het de benoeming betreft van leden van de Gemeenteraad voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de Gemeenteraad vertegenwoordigde groeperingen.

  4. Een lid van de Gemeenteraad is voorzitter van een raadscommissie.

  5. De artikelen 19, 21, 22 en 23 zijn van overeenkomstige toepassing op een vergadering van een Raadscommissie, met dien verstande dat dat in artikel 19 voor Burgemeester wordt gelezen Voorzitter van de Raadscommissie.

 

artikel 86 Gemeentewet

Artikel 86 van de Gemeentewet ziet er als volgt uit.

 

  1. Een Commissie kan in een besloten vergadering op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan de Commissie worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of vann de stukken kennis dragen, totdat de Commissie haar opheft.

  2. Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de wet Openbaarheid van Bestuur kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door de voorzitter van een Commissie, het College en de burgemeester, een ieder ten aanzien van stukken die hij aan een Commissie overlegd. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. De geheimhouding wordt in acht genomen totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel de Gemeenteraad haar opheft.

  3. Indien een Commissie zich ter zake van het behandelde waarvoor een verplichting tot geheimhouding geldt tot de Gemeenteraad heeft gericht, wordt de geheimhouding in acht genomen totdat de Gemeenteraad haar opheft.

 

Artikel 155a Gemeentewet

Artikel 155 a van de Gemeentewet ziet er als volgt uit.

 

  1. De gemeenteraad kan op voorstel van een of meer van zijn leden een onderzoek naar het door het College of door Burgemeester gevoerde bestuur instellen.

  2. Het besluit tot het instellen van een onderzoek omvat een omschrijving van het onderwerp van onderzoek, alsmede van toelichting. Deze omschrijving kan hangende het onderzoek door de Gemeenteraad worden gewijzigd.

  3. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een door de Gemeenteraad in te stellen onderzoekscommissie. De Commissie heeft ten minste drie leden en bestaat uitsluitend uit leden van de Gemeenteraad.

  4. De Artikelen 22, 82 derde lid en 86 eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de onderzoekscommissie.

  5. De onderzoekscommissie kan de bij deze wet verleende bevoegdheden uitsluitend uitoefenen, indien ten minste drie van haar leden aanwezig zijn.

  6. De bevoegdheden en werkzaamheden van een onderzoekscommissie worden niet geschorst door het aftreden van de Gemeenteraad.

  7. Op het besluit tot instelling van een onderzoek en tot instelling van een onderzoekscommissie, alsmede het besluit tot wijziging van de omschrijving van het onderwerp van een onderzoek zijn de Artikelen 139 tweede lid, 140 en 141 van overeenkomstige toepassing

  8. Alvorens de Gemeenteraad besluit tot een onderzoek, stelt hij bij verordening nadere regels met betrekking tot deze onderzoeken. In elk geval worden daarin regels opgenomen over de wijze waarop ambtelijke bijstand wordt verleend aan de commissie.

 

Artikel 165 wet Burgelijke Bestuursvordering

Artikel 165 van het Burgerlijk wetboek van de Rechtsinvordering ziet er als volgt uit.

 

  1. Een ieder, daartoe op wettige wijze opgeroepen, is verplicht getuigenis af te leggen.

  2. Aan deze verplichting kunnen zich verschonen:

    1. De echtgenoot en de vroegere echtgenoot, dan wel de geregistreerde partner n de vroegere geregistreerde partner van een partij, de bloed- of aanverwanten van een partij of van de echtgenoot of van de geregistreerde partner van een partij tot de tweede graad ingesloten, een en ander tenzij de partij in hoedanigheid optreedt.

    2. Zij die tot geheimhouding verplicht zijn uit hoofde van hun ambt, beroep of betrekking omtrent hetgeen hun in die hoedanigheid is toevertrouwd.

  3. De getuige kan zich verschonen van het beantwoorden van een hem gestelde vraag, indien hij daardoor of zichzelf een van zijn bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de zijlijn in de tweede of derde raad of zijn echtgenoot of vroegere echtgenoot onderscheidenlijk zijn partner of vroegere geregistreerde partner aan het gevaar van een strafrechtelijke veroordeling ter zake van een misdrijf zou blootstellen.